elvis leeft!
juli 18, 2007
Op het bluenoterecordsfestival gisteren in de Bijloke te Gent beleefden we hèt concert van deze uitgeregende julimaand. Elvis Costello trad er op naast de nog levende New Orleans rhytm and blues legende Allen Toussaint. Hij deed dit met een energie en overgave waar tegenover menig jong talent verbleekt. Elvis bracht er om te beginnen wat eigen nummers maar overtuigde het talrijke publiek vooral met de ‘vibrerende’ muziek die hij maakte in samenwerking met de zuiderse grootmeester van het klavier. Allen Toussaint moest z’n geliefde New Orleans door de rampspoed van Katherina kort ruilen voor New York alwaar hij tijdens benefietconcerten Costello tegen het lijf liep. De samenwerking was bepaald vruchtbaar en mondde uit in het magische album ‘The River in Reverse’. Met volle teugen kon de afgeladen tent genieten van de aaneenrijging van krachtige zuiderse rhytm’n blues, sterke ballads en stevige rockers. Het door merg en been snijdende ‘I want you’, een versie die mij nog lang zal heugen, moest ik in de klassevolle Duvel-loungebar overvloedig doorspoelen teneinde mijn emoties weer op een rijtje te krijgen.
Anjani Thomas, mijn hoofd er af als zij niet de huidige muse van Leonard Cohen is, maakte van het voorprogramma een kwetsbare, ingetogen bedoening die bij wijlen wat gestoord werd door het onrespectvol gewauwel van de drinkende onverlaten die enkel voor Costello waren afgezakt. Haar performance deed me meermaals denken aan ‘No Promises’ van Carla Bruni. Bij wijlen op het randje van het pathetische maar mits wat inleving best te smaken. Alleen al de gedachte dat Leonard Cohen deze dame onder z’n poëtische vleugels neemt geeft de charmante verschijning een absolute vrijgeleide.

noot: Het zal de oplettende observator vast opvallen dat de bevallige dame uit Honolulu, bij het nemen van dit beeld, recht in m’n glazen toeter loenst…
met het onmiddellijk uitwisselen onzer beider mobiele nummers tot gevolg…
duinkerke
juli 13, 2007
In de vooravond vaar ik af richting Duinkerke alwaar ik een maritiem weekendje wil doorbrengen.
‘k Hoop er ook Duinkerke terug te vinden zoals ik het vorig jaar, eind augustus, verlaten heb.
Misschien zie ik er deze man wel terug. ‘k Durfde hem eerst maar met moeite aan te spreken. Toen ik de foto ontwikkelde ontwaarde ik enige fierheid in z’n blik.
Die mens bleek op te fleuren toen hij merkte dat een vreemdeling hem wou portretteren.
hotelroom…
juli 12, 2007
Het zal misschien wat verwaand klinken als ik schrijf dat m’n gedachten afdwalen naar een song van Bruce Sprinsteen bij het bekijken van deze foto. Op z’n cd ‘Devils and Dust’ slaagt de boss er in om in liedjes die nauwelijks vier minuten duren een gans verhaal te vertellen. De juiste sfeer, de gepaste toonaard, het gekozen ritme, de doorleefde stem zorgen ervoor dat tijdens het beluisteren er beelden ontstaan. Een kortfilm die in m’n hoofd wel een langspeelfilm lijkt. Flarden woorden die scenes worden, belangrijke passages uit een leven.
De foto werd genomen in de beslotenheid van een hotelkamer. Dit zorgt op zich al voor een ‘verhalende’ sfeer. Een zekere spanning is voelbaar. De vrouw wendt zich af van de hond. Deze ligt ‘gelaten’ op het bed en straalt een gevoel van verveling uit. De vrouw kijkt naar buiten tegen een anonieme en weinig inspirerende gevel aan. Een gevel met kamers die andere levens verbergen. Met de blik naar buiten gericht verruimt ze de bevangenheid van de kamer. Waaraan denkt ze tijdens deze ‘afdwalende’ ogenblikken? Aan de mensen van de overkant? Mijmert ze over wat voorbij is of zijn haar gedachten bij wat nog komen moet?
(info bij de acteurs op de foto: de hond is deze vier maanden later)
vive le vélo
juli 11, 2007
De tourcaravaan heeft net ons landje verlaten en de fietsgekte lijkt weer even bekoeld.
In het najaar van 2006 volgde ik Jarne, een jonge fietsgek, tijdens een wedstrijddag ergens te lande. (Veldegem)
eindwerk…
juli 10, 2007
‘t Waren hectische dagen… die laatste dagen van juni.
Na vier jaar fotograferen ‘in de boks’ mocht ik graag iets tastbaars in m’n handen houden.
Tevens moest dit honderd bladzijden tellend fotoboek beoordeeld worden als eindwerk aan de academie.
Ik voelde iets van fierheid en terughoudendheid tegelijk wanneer ik mijn kind uit handen gaf.
Voorwoord
In een bokszaal wordt het leven tot z’n essentie herleid. Hier heerst de wet van de eenvoud, het instinct en de broederschap. Zonen, broers en surrogaat vaders werken samen om uiteindelijk het lichaam te laten zegevieren. In deze bedompte ruimte zie je geen moeders, uitzonderlijk eens een vader. Coaches, managers en boxers vormen een hecht genootschap.
Mijn verhaal ontstond vier jaar geleden als een opdracht tijdens mijn opleiding
fotografie aan de academie. Een korte tijd observeren en fotograferen had voldoende moeten zijn. Deze wereld heeft me echter geïnfecteerd, geraakt tot diep onder de huid. Hier vond ik ‘het echte leven’, een rijkdom aan anecdotes en pathos, aan boeiende mensen en fotografisch uitdagende scenes.
Ik mocht momenten delen van geluk en succes maar was tevens getuige van ontplooiende drama’s binnen deze broederschap. Aan mijn avontuur houd ik goede vrienden over. Jean Claude, een Kameroenees, ontvluchtte op achttienjarige leeftijd z’n familie en vaderland. Na een lange tussenstop in Zuid-Afrika belandde hij in België.
In omstandigheden, moeilijker dan ieder van ons vermoedt, plaveit hij ‘zijn pad van de kampioenen’. Ik trok mee in z’n kielzog en zag hem strijden in de arena’s van Vlaanderen, Wallonië, Luxemburg, Duitsland en Italië. Zijn levenswijsheid en overtuiging
hebben me meer bijgebracht dan welke academische kennis ook. In een achterkamer,
in een industriewijk van een Waalse grootstad, valt weinig te merken van de heroïek van ‘de ring’. Uit nood ontstaat wilskracht en uit de leegte de gedrevenheid om dromen waar te maken.
In de verschaalde lucht van de bokszaal hangt de geur van authenticiteit. Eerst werkte dit ontnuchterend, komend uit een te ingewikkelde en beschaafde wereld
waar ‘ja’ soms ‘neen’ betekent. Is het dat wat mij aantrekt en nu reeds jaren in de ban houdt? Of is het die onderhuidse wens me verwant te voelen met deze jonge helden en hun dromen?
Paul Willaert, juni 2007
Tir Elvis
juli 9, 2007
Dit is de naam van het schietkraam waar we als kleine gastjes op de foor in Oudenburg een cendrier vol loodjes op de kalken pijpjes leegschoten. In een gevorderd stadium schoten we ook wel eens op de cibletjes. Dan verzamelden we punten tot we er genoeg hadden om die revolver mee naar huis te krijgen die met erwten kon schieten. Hector heette de man van de tent. Hij had wat weg van Elvis, zei nooit veel, maar als wij ietwat zielig vroegen of w’eens mochten schieten deed hij meteen die asbak vol. Als we vertrokken naar de markt zei m’n vader:
‘Doe maar de groeten van de secretaris.’ M’n vader regelde de contracten van de foorreizigers, de standplaatsen en zo. Soms kwam hij dan met een grote zak oliebollen naar huis of met een plastic zak vol jetons voor de boksauto’s. Bij ons was’t feest als de foor op de markt stond.
Gisteren zag ik Hector terug. ‘t Was op een evenement op de oosteroever in Oostende, iets met Amerikaanse auto’s. De man van ‘t schietkraam stond er met één van z’n glimmende cadillacs. Een glimmend zwarte limo uit ‘52. Hondervijftig exemplaren waren ervan gebouwd. Dit was de enige in België. Een Oostendse dokter had er veel geld voor geboden maar de slee mocht blijven waar hij stond, in de loods van Hector. De man wist nog wie ik was… ‘één van de zeuns van de secretaris van Oedenburg’. … of hij nog altijd z’n schietkraam had? Volgende week moest hij op de kermis in Koolskamp staan maar vandaag had hij een dagje vrij. … en of hij ‘t onderhoud van die cadillac zelf deed? Dat ging nu stukken minder sedert hij z’n linker oog verloor.
‘t Is van ‘92. Hector stond in de hoek van zijn kraam en verving wat pijpjes toen hij zag hoe een kerel met opzet het luchtkarabijn op hem richtte. Omstaanders hebben de man nog kunnen grijpen toen hij er vandoor wou gaan. Een foorreiziger zag alles gebeuren en kon getuigen. Drie keer kwam de zaak voren. Een miljoen achthonderd frank aan proceskosten. Steeds kreeg ie gelijk maar tot hiertoe heeft Hector nog geen ‘frank’ schadevergoeding gezien en z’n oog kreeg hij sowieso niet terug. Na vijftien jaar procederen kon hij nu nog verder gaan in Straatsburg. ‘t Zou een half miljoen kosten om het dossier daar te krijgen. ‘t Belgisch gerecht heeft klaarblijkelijk gefaald. ‘t Werd te veel voor Korneel. Die laatste rechter heeft het geweten. Je zou voor minder ‘de pedalen verliezen’.
Ik merk verbittering en voel deernis met de man van Tir Elvis. En elke dag opnieuw het tikken van de loodjes…
ieder z’n eigen proloog
juli 7, 2007
Aan de overkant van de plas, dicht bij de towerbridge in Londen, start de Tour de France. Deze blauwe doch ietwat winderige namiddag doorkruis ik met m’n jongste ‘erfgoed’ de polders tussen Oostende en Brugge. De Breduniaroute spaart ons niet. Een flink eind hebben we die vermaledijde wind op kop tot aan het keerpunt aan de Spuikom van Oostende. Op zo’n dagen kan je maar beter de surfplank op het dak binden en het zilte sop kiezen. Geen enkel ogenblik laat het gezicht van Klaas enig teken van vermoeidheid blijken. Elke voorgestelde ‘pitstop’ of ‘moet je soms een ijsje’ wordt stoer afgewimpeld. De laatste kilometers verander ik regelmatig van zitpositie. Ik snak naar een ijsje. De wind van achteren. Nochtans een makkie.
Moet ik me nu echt zorgen maken?
No way… ‘k heb er van genoten.
Het fietsen met m’n zoon.
die grijns?… puur acteerwerk
little miss sunshine
juli 6, 2007
‘t Is nu een tijdje geleden. Natuurlijk zijn er redenen die m’n afwezigheid op het net kunnen goedpraten. Misschien moet ik die maar eens van me af schrijven. Eens doe ik het wel als ik daar de nood toe voel. ‘k Heb wat meegemaakt de voorbije maanden. En neen… ik zat niet in de put, was niet overspannen, ben niet van huis weggelopen of omgekeerd en niemand in mijn onmiddellijke omgeving heeft het loodje gelegd. Als we relativeren (en dan bedoel ik meer dan een klein beetje) is er ‘in de fond’ niks ergs gebeurd. Daarom doorbreek ik nu m’n cyberstilte en hoop ik met deze kleine vertelsels een verdwaalde ’surfer’ te verstrooien.
De zomervakantie waait over ons heen en donkere wolken kleuren onze Brugse dagen. Het gras in de tuin groeit als gek en het onkruid beleeft de tijd van z’n leven. Toch had ik gisterenavond zin om een filmpje mee te pikken. Niet zomaar in de pluchen zetels van onze vertrouwde ‘lumière’ maar met het zand tussen de tenen op de dijk van Zeebrugge. Blijkbaar hadden nog meer mensen het stoutmoedige plan opgevat. We nestelden ons temidden een gezellig publiek op twee plastieken stoelen en wachtten de eerste vette regendruppels af. Deze lieten geenszins op zich wachten. Nog voor ‘little miss sunshine’ goed op gang kwam mocht ik vluchten naar drogere oorden. Vanonder de kunstzinnige zeilen op de dijk (eindelijk besefte ik het nut van deze gigantische open tenten ) kon ik deze tragikomische roadmovie verder volgen. ‘k Heb iets met ‘roadmovies’. The Straight Story kon mij ook al mateloos bekoren. Het verhaal van een oude man die per tractor (een verbouwde grasmaaier) z’n zieke broer ging opzoeken met wie hij reeds jaren in onmin leefde.
Een roadmovie laat je meereizen door een landschap maar ook door het leven van personnages. Het gaat meestal niet om de reis op zich maar meer over hoe de mensen zelf evolueren, met elkaar en doorheen de tijd.
Het lijkt er om gedaan want in little miss sunshine maken we kennis met een uitgelezen allegaartje van mensen die door hun onderlinge familieband en bij gebrek aan alternatieven moeten optrekken met elkaar. Een vader die zichzelf een commercieel wonder vindt heeft het voortdurend over winners en losers. Een opgroeiende zoon heeft zich voorgenomen geen woord meer te spreken vooraleer hij slaagt in het ingangsexamen van de luchtmachtacademie. Olive, het jongste dochtertje, wil persé deelnemen aan een schoonheidswedstrijd. Oom Frank heeft er door een spaakgelopen homorelatie reeds een zelfmoordpoging opzitten en opa is een sjagrijnige zeventiger die het voortdurend heeft over sex en heroïne. Samen trekken ze met een gammel vw-busje naar Californië om er Olive te steunen op haar schoonheidswedstrijd. Waar aanvankelijk de huiselijke vrede binnen het gezinnetje ver te zoeken is zien we hoe rampspoed de personnages geleidelijk dichter bij elkaar brengt. Elke rol wordt op magistrale wijze gespeeld. Doorlopend ervaarde ik de spanning van een dreigende zenuwinzinking. Bijna hilarisch vond ik de scène waarbij de dode opa in een laken gewikkeld het ziekenhuis werd uitgesmokkeld, in de koffer van het busje werd geduwd, om toch maar de inschrijving van de ‘beautycontest’ te halen. Uiteindelijk werd dit laatste door alle familieleden als één schijnheilige nepvoorstelling ervaren. Olive blijkt een natuurtalent zonder concurrentie en brengt voor het ‘top of the kitsh’-publiek een aanstootgevende performance. Als apotheose staat gans het kleurrijke gezinnetje op de planken tot ergernis van het zeer herkenbare volkje in de zaal. Normen en waarden, respect en nog meer van deze holle termen krijgen hier ‘vulling’. Deze film heeft duidelijk mijn hart gewonnen. Chapeau voor Jonathan Dayton en Valerie Faris die met deze prent m’n geloof in de Amerikaanse cinema uit het slop haalden.

… en natuurlijk bedankt aan de organisatoren van brugge factor ‘07 die met dit gratis openluchtcinema-initiatief cultuur voor iedereen brengt. Meer van dat!






