follow the flag
augustus 14, 2007
op mijn weg naar broadstairs – party voor caravan met vlag
vlagvertoon… uitdagende fierheid, superioriteit, onoverwinnelijkheid, beangstigende gezelligheid, gezellige domheid…
You can stand alone
Or with somebody else
Or stand with all of us, together
If you can believe
In something bigger than yourself
You can follow the flag forever
(randy newman – follow the flag)
overkant
augustus 13, 2007
Is de overkant niet die kant waar men verlangend naar uitkijkt vanaf de andere kant? Eenmaal bereikt wordt die eerste ‘kant’ op zijn beurt weer de overkant. Een niet te vermijden onrust, eigen aan mijn persoon, durft voornoemde overpeinzing in de hand werken. De gedachte overvalt me op mijn voettocht van Ramsgate naar het idyllische gegucht Broadstairs. Ja, daags na een bijzonder natte en deels daardoor memorabele overtocht, ik had het roemruchte eiland ‘Engeland’ bereikt, vond ik het nodig de stramme ledematen te strekken. Van boven op de krijtrotsen tussen Pegwell Bay en de vuurtoren van Northforeland zag ik aan de zuidelijke horizon een streep land waarvan ik vermoedde dat het wel eens Frankrijk kon zijn. Cap Blanc Nez of z’n grijze collega of iets wat Frans was en hoog genoeg om boven de ronding van onze planeet uit te steken. Wat prachtig! Wat een helderheid in de lucht vandaag! Een helderheid waar mijn geest enkel kon van dromen. Ik herinner me nu nog de verdoemenis van elke schoolreis richting Cap Gris Nez en de daarbij horende garantie dat we van hoog op de kille rots in de verte Engeland zouden waarnemen. Het is me geen enkele keer gelukt. Of het regende, of het mistte, of allebei samen, of Engeland was ondergelopen. En jeetje… nu zag ik Frankrijk. ‘k Wou m’n verwondering onmiddellijk delen met elke strohoeddragende autochtoon die ik op mijn pad, hoog boven de zee, kruiste. Steeds opzijkijkend om mij ervan te vergewissen of het geen fata morgana was zette ik mijn weg verder over glooiende gazons. ‘For my beloved wife’ stond er in de rugleuning van een teak bank gebeiteld. ‘In memory of my dear husband’ een eind verderop…
In Broadstairs weten ze wat feesten is. Verschillende groepen Morris dancers veranderen plots danig de sfeer van m’n tocht. Met stokgekletter, belgerinkel en accordeonmuziek snijden we hier een ander hoofdstuk aan. In het haventje loopt iedereen met een pint rond. Fish and chips is hier nog steeds het meest populaire gerecht al wordt de heerlijke vettigheid dan al een tijdje niet meer in krantenpapier geserveerd.
Op m’n terugtocht heb ik de ‘queen’ ontmoet. ‘k Weet het zeker. Hellen Mirren was het niet. Elisabeth glimlachte heel aardig naar me. Misschien werd het haar ook allemaal wat te druk en te ernstig op Buckingham. Dit uitje naar Broadstairs had ze wel verdiend. Enkele kleine modificaties aan haar gezicht, een casual jurkje en een goedkoop tasje en ze kon incognito de straat op.
Wat verder kom ik weer voorbij de zitbanken met zicht op zee. Ik zie nog steeds een smalle strook land aan de horizon… Frankrijk? ‘In loving memory of our mother… Never forgotten, always loved’… Zou moeder hier zijn of aan de overkant?
aangespoeld
augustus 13, 2007
zeezot
augustus 11, 2007
Zij: ‘Hier schijnt de zon maar het waait wel hard.’
Hij: ‘Onmogelijk… ik vaar onder een donkere hemel. Waarom neem ik voortdurend de foute beslissingen?’
Daar is die twijfel weer. Een golf klapt tegen de zijkant van het scheepje, kletst omhoog en valt hard en koud op het dek en in de kleine kuip neer. Hij voelt een straaltje ijskoud sop langs z’n rug naar beneden sijpelen. Kippenvel…
Zij: ‘Bel je vanaf het ogenblik dat je terug binnen bereik bent.’
Hij: ‘Ja… alleen weet ik niet of ik wel zin heb om hiermee door te gaan. Tot straks, tot vanavond… ik zie wel. Bye!’
Met een zwaai vliegt het mobieltje in de warmte van de slaapzak. Af en toe duwt de Anne haar hangboord in het water. Hij schraagt zich met z’n laarzen tegen de bank aan bakboord. Onder de buiskap lijkt het wel of de wind even geluwd is.
onder aan de dijk…
augustus 7, 2007
Het overkwam hem zelden. Deze keer echter raakte hij door twijfels overmand. Was het de leeftijd die z’n gekende drang naar avontuur en nieuwe bestemmingen beïnvloedde. Hij die sinds z’n geboorte een afkeer had van geruite pantoffels en slingerklokken kreeg nu z’n koffers niet gepakt. Misschien waren het de weerberichten die roet in het eten gooiden. Steeds waaide de wind uit de richting waar hij toevallig heen wou. De golven waren net ietsje te hoog en de onweders compleet onvoorspelbaar. Donder en bliksem boven z’n bootje deden hem van schrik ineenkrimpen. Ooit had hij z’n mast horen zingen in een hevige bliksembui. Toen had hij er domweg z’n oor tegen te luisteren gelegd. Hoe stom kan een mens zijn?
Hij had verhalen gehoord van flitsen die op de mast vielen. Vuurballen die dwars door de boot rolden en een gat sloegen in de romp. Was hij dan niet beter af peddelend op z’n koersfiets doorheen de polders of werkend aan een nieuw fotografisch onderwerp of wandelend met vrouw en hondje in de stad. Een boek lezen op het terras was ook leuk en hij had er nog een stapel liggen. Er moest ook nog wat gebeuren in dat tuintje van twee keer niks: snoeien, gras maaien, onkruid wieden, de putten van de hond dempen… Trouwens, was hij al niet van huis geweest die zomer? Was hij eigenlijk één week onafgebroken thuis geweest. Waarom moest hij dan broodnodig weer de hort op?
Hij voelde dat het werkte. Het kwam voor elkaar. De zeezottigheid kwam langzaam terug. Kilometers verder, tegen de wind in, hoorde hij het zilte sop klotsen op het strand waar hij die morgen nog z’n terriër uitliet. Onder aan de dijk rook het naar mosselen en zeepokken. Hij keek door het raam. Wolken dreven voorbij vanuit het noorden. De wind was gedraaid en gevallen met de avond. De toppen van de populieren bij de spoorweg bewogen nauwelijks. Hoe zalig was het nu geweest daarbuiten. Met een beetje geluk, zeker met die warmte, kon het kielzog fluoresceren en een spoor tekenen achter de spiegel van de Anne. Hij had nog bruinvissen gezien ’s nachts ter hoogte van de Wadden. Die tekenden ook hun groene sporen in het zwart van de zee. Hij zat met de benen gespreid op de preekstoel leunend tegen de voorstag. Mooi was dat, mooier dan het vuurwerk van le quatorze juillet voor de kusten van Normandië. Er was meer dan kommer en kwel op zee, meer dan bliksems, vuurballen, storm en ontij.
Morgen zou hij z’n weinige spullen pakken en afreizen naar waar de wind hem voerde… en die motor zou pas brommen als het echt nodig was. Langzaam, langzaam, lang…
nicolas
augustus 7, 2007
Net een weekendje Parijs achter de rug. Hiermee moeten we zowat onze limiet betreffende ’stressbestendigheid in grootsteden’ bereikt hebben. De lichtstad biedt ons echter één groot voordeel. We hoeven niks meer te zien. Wat een hautein uitspraak. Maar zo is het wel. De nerveuze jacht op onontgonnen en niet te missen plekjes, zelfs de alternatieve spots heeft plaats gemaakt voor een nonchalant genieten van dit ‘andere’ landschap. In de Rue Saint Nicolas vinden we een charmant hotelletje genoemd naar de straat en huisdieren toegelaten.
Twee sterretjes, gezellige kamer en een hartelijk ontbijt. In de kleine lobby kijk ik de kranten in en probeer aan de hand van een vluchtige leesbeurt de geaardheid van het drukwerk te bepalen. Sommige dagbladen hebben het blijkbaar gemunt op het roayle verzetje van hun kersverse president. Een vakantie in het chiquere deel van New Hampshire in de Verenigde Staten. Hierop zinspelend richting sympathieke zwarte receptionist schertst deze laatste: ‘Oui, ça va nous couter vingt milles euros…il se moque des gens!’ De man in het modieuze pak met een brede Afrikaanse glimlach zal voor Ségolène gestemd hebben. Nicolas mag het nog maar eens uitleggen. Z’n vrolijke verschijning na de borrel met Vladimir, z’n geheime beloften aan Moamar van Lybië en nu dit… een verblijf aan de boorden van een luxueuze jetskivijver in z’n favoriete ‘States’. Onze geïrriteerde linksdenkende zuiderburen zullen elk akefietje, elke scheve schaats, elke verschijning bij dag of nacht van monsieur ‘racaille’ op de korrel nemen. Zoveel is zeker. Ook al vloog hij per reguliere lijnvlucht naar het paradijs van George Doubleyou en verblijft hij er op uitnodiging van z’n sympathieke microsoftvriend.
Zondag scheerden de temperaturen in de binnenstad ongekende toppen. Als schaduwfiguren zochten we met onze viervoeter de lommerte op. Op het zwarte tarmac van het trottoir trof ik dit kunstwerkje… consomme et t’es toi! (Wat een mooi jongleren met de Franse spelling… of heb ik het fout?)
eliades…
augustus 2, 2007
‘t Moet nu enkele jaren geleden zijn dat ik mij, in de ban van het filmwerk van Wim Wenders, de documentaire Buena Vista Social Club aanschafte. Na het herenigen van een charmerende doch bijzonder getalenteerde groep oude Cubaanse muzikanten slaagde Ry Cooder er in om de Social Club tot een wereldfenomeen te laten uitgroeien die binnen de kortste keren zalen zoals ‘Carnegie Hall’ in New York liet vollopen. Compay Segundo werd 96. Hij stierf in Havana in 2003. Tot z’n laatste dagen was hij onafscheidelijk verbonden met z’n eeuwige havanasigaar, z’n innemende glimlach en een charme waarvoor menig vrouwelijk schoon bezweek. Aanstekelijk vond ik de manier waarop hij Cubaanse smartlappen en levensliederen kon brengen. Ibrahim Ferrer moest niet onderdoen voor z’n compaan maar trok hem jammergenoeg achterna in 2005. Gisteren kon Brugge kennis maken met die andere overgebleven legende van de Buena Vista, Eliades Ochoa… In het unieke kader van Gruuthuuse kreeg de sonero uit Santiago het publiek vlug op z’n hand. Op de aanstekelijke zuiderse tonen sloeg het jongere volkje meteen aan het dansen. ‘k Had trouwens ook moeite m’n vermoeide lendenen, had aardig wat afgefietst die dag, onbeweeglijk op m’n stoel te houden. Heb mij dan maar beperkt tot het genieten van het Cubaans heupgewieg van Vlaamse deernes. Eén ding is zeker, Ochoa is de vleesgeworden reclamecampagne voor alles wat Cuba bij ons zo aantrekkelijk maakt. Waar haalt hij trouwens die cowboyhoed vandaan? De goede man ziet er ietsje ouder uit dan hij werkelijk is (61) maar dat zal dan wel te wijten zijn aan ‘the Cuban way’, de rook van cohiba’s en aan de doorleefdheid die noodzakelijk is om deze liederen de nodige authenticiteit mee te geven. In ieder geval… Eliades… bedankt voor deze heerlijke avond. ‘t Was gewoon de max!







