MP
januari 15, 2008

©paul willaert 2005 Leica M7 en summicron 35 asph.
‘k Breek nu reeds dagen mijn hoofd over de aanschaf van een nieuwe kleinbeeldcamera. Na het opruimen van m’n fotografische stal zie ik eindelijk een duidelijke lijn in de toestellen die ik overhoud. Voor m’n journalistiek werk (portretten) blijf ik trouw aan het middenformaat. ( Hasselblad en Pentax, 6X7 tot 6X4,5) De rest van m’n technologie lijdt nu met behulp van ebay een nieuw leven in handen van ongetwijfeld boeiende fotografen. Zo nam ik afscheid van m’n gekoesterde Minolta Autocord, m’n kleine Ricoh GR, m’n Nikon FM2 uit Ramsgate en m’n allereerste werkbak: de Mamiya 645 M1000. Met spijt in het hart heb ik elk apparaat verpakt en uit m’n huis geband. ‘k Wil me kunnen concentreren op weinig werktuigen en me deze volledig eigen maken. De toestellen vlogen zodoende mijn deur uit en m’n fotobudget groeide zienderogen. Gelukkig was niemand geïnteresseerd in m’n oude contax 137. ‘k Kocht het bakje enkele jaren terug voor een prijsje bij Demey in Brugge (wat op zich een wonder is), ‘k vond toevallig een uitstekende lens bij Etienne Decock in Oostende en liet het kleinood overtrekken in genuine lizardskin geïmporteerd uit Amerika. Nu is het echt een te koesteren hebbeding. Een toestelletje om van te houden. Alleen mis ik wat discretie bij het straatflanneren. ‘k Heb het niet zo graag over ‘techniek’ al weet iedereen dat goed materiaal kan helpen. Heb je een goed toestel dan kan het eventuele falen enkel aan de bedienende hand geweten worden. De markt afschuimend dacht ik heel even aan de digitale meetzoeker van Leica, de M8. Een nachtje tobben deed me echter afzien van dit financieel te ambitieuze plan. Trouwens, m’n Nikon D200 haal ik enkel vanonder het stof voor de ‘fast’ job. ‘k Beleef meer plezier aan het werken met de solide oudere filmcamera’s. Het geconcentreerde focussen op m’n scènes, de blinde concentratie, het onverstoorde trage manipuleren van de weinige belangrijke componenten en het blindelings aanvaarden van de beelden op de pelicule ergens binnenin het magische apparaat doen me steeds teruggrijpen naar deze beeldenmakers. Onlangs hoorde ik hoe een bevriend straatfotograaf na een dagje stappen in Brussel met honderden digitale bestanden thuiskomt om dan op z’n computermonitor die enkele sterke beelden eruit te halen . Pas op het scherm ziet hij dat die ene persoon die net achter de bestelwagen vandaan komt voor de spanning in het beeld zorgt. Mocht dit beeld de ware niet zijn bestaat er nog een ruime wervingsreserve op de geheugenkaart. ‘k Had het meteen begrepen. Niet meteen mijn truc. Heel dikwijls weet ik of een opname geslaagd is lang voor ik de afdruk of het contactvel heb gezien. ‘k Hou gewoon van deze trage beschouwende manier van fotograferen. M’n toestel als een werktuig dat tijdens het schieten liefst vergeten wordt om de wereld met volle aandacht in me op te nemen. Misschien kan ik er op deze manier ook meer van mezelf in leggen. De steriele zuiverheid van de miljoenen pixels, de vergankelijke sfeer van de elektronische knoppendozen remt me af waar het me zou moeten vooruithelpen. Meermaals zocht ik in het magische knoppenbos de beginselparameters van de fotografie. Je kent vast het spreekwoord van het bos en de bomen. De miljoenen pixels zorgen voor onaangename prikkels. Het previewschermpje wil ik weg. Laat het magische moment waarbij het beeld zich in het donker langzaam openbaart niet teloor gaan. Laat me ‘zien’. Een autofocus kan helpen bij de snelle reportagejob of wanneer vermoeide ogen de scherpte niet meer vinden. Misschien moet dit dan maar m’n enige toegeving zijn samen met het praktisch nut van ’spotmeting’. Daar mag de vooruitgang dan ook ophouden. Geef mij maar de vettige contrasten en de sfeervolle korrel van een zwartwitfilm in ruil voor de ruis en het fletse kleurpalet van een sensor. Geef mij het intuïtieve van een warme opname in ruil voor de vlijmscherpe, loepzuivere steriliteit van de digitale registratie. Om een lang verhaal kort te maken… m’n keuze: het werd de MP. De laatste volledig mechanische telg uit de oerfamilie van de kleinbeeldfotografie ‘Leica’. De enige toegeving hier is de acurate belichtingsmeter. Hopelijk kan het toestelletje m’n verwachtingen inlossen. ‘k Verwacht het ding elk moment met de luchtpost uit Berlijn. Hopelijk werpen ze het niet uit het ruim op het tarmac. De camera is op papier een hoogstandje van Duitse precisie gebouwd op vijftig jaar ervaring. Het apparaat is vooral discreet in geluid en voorkomen. Zelfs de rode stip ontbreekt. Met een gelijkaardig bakje maakte Henri Cartier Bresson in de vorige eeuw van een foto een ‘moment décisif’. Zou het mij ook lukken? Nu eerst wachten op de bruine bestelwagen. Waarom moet ik telkens denken aan Tom Hanks als ik zo’n vrachtwagentje zie? Ebay is een wonderlijk medium zolang de transactie vlekkeloos verloopt.
Cast away…