onder spinnaker

februari 28, 2009

zee2-klein1
©paul willaert

Onder spinnaker vaar ik het verkeersscheidingsstelsel over. Het oude zeildoek valt bijna uit elkaar maar trekt ‘de Anne’ met dwarse wind aan een flinke snelheid de vaarroute over.
Af en toe wordt de grauwe eenzaamheid doorbroken. De koers en snelheid van de vrachtboot heb ik goed ingeschat. Hij vaart achterlangs voorbij. Een Jan van Gent houdt me een tijdlang gezelschap.


©paul willaert

‘t Is twintig voor acht. Een groot vrachtschip stoomt achterlangs.
“Dover Strait, this is Dover Coast Guard, for traffic information please listen on channel eleven.”
De ‘Anne van Nieuwpoort’ jaagt door de nacht. De hemel is helder. Schuin boven me, aan bakboord, zie ik plots ‘mijn’ drie sterren. Eén ‘lampje’ trekt langzaam van noord naar zuid. Het licht van de sterren is jaren onderweg. Dat van het vliegtuig is geen seconde oud.
Het is vast nog drie uur varen. Aan de horizon zie ik een regelmatig flitsend licht. Het vuur van Northforeland? Vijf flitsen….. tien tellen donker. Een gloed hangt boven de kust. Ik glijd voorbij de Mid Falls boei. De diepte klimt hier van vijfenveertig plots naar vijf meter. De zee wordt anders, koppig. De ‘Anne’ stampt en schuimt door het onrustige water. Een golf breekt op de boeg aan loef, spat uiteen en valt als een koude zoute plensbui neer in de kuip. Mijn oude zeiljas houdt het sop niet langer tegen. Ik ben zeven uur onderweg.
Varen in het donker is bijzonder. Plots word ik onrustig. Ik sta recht en tuur boven de buiskap uit de nacht in. Het water aan bakboord licht rood op telkens de preekstoel naar beneden duikt. De navigatielichten werken. Verder is de zee zo zwart als inkt.
Even binnen schuilend vul ik het logboek in. De wijzer van de barometer wipt omhoog als ik met een verkleumde vinger op het glas tik. Een doffe bons, ik schiet naar buiten. In het heklicht zie ik een stuk wrakhout als een drenkeling net bovensteken en verdwijnen in de duisternis. Recht vooruit schijnt de vuurtoren van Northforeland nu feller. Vijf keer….. en tellen tot tien. De stroming duwt m’n scheepje in de richting van de Goodwin Sands, de verraderlijke zandbanken net onder de kust. Ik stuur wat op. De ‘Anne’ leunt op een toenemende bries. Het log wijst vijf knopen aan.
De Goodwin Knoll, de aanloopboei naar de haven van Ramsgate en Pegwell Bay, ligt op twee uur varen. De stroming duwt me in de goede richting. Ik heb vertrouwen in mijn klein scheepje. Het bracht me reeds naar verdere kusten.
Nu geen fouten maken. De nacht, de zee, de banken houden me wakker.