eliades…

augustus 2, 2007

‘t Moet nu enkele jaren geleden zijn dat ik mij, in de ban van het filmwerk van Wim Wenders, de documentaire Buena Vista Social Club aanschafte. Na het herenigen van een charmerende doch bijzonder getalenteerde groep oude Cubaanse muzikanten slaagde Ry Cooder er in om de Social Club tot een wereldfenomeen te laten uitgroeien die binnen de kortste keren zalen zoals ‘Carnegie Hall’ in New York liet vollopen. Compay Segundo werd 96. Hij stierf in Havana in 2003. Tot z’n laatste dagen was hij onafscheidelijk verbonden met z’n eeuwige havanasigaar, z’n innemende glimlach en een charme waarvoor menig vrouwelijk schoon bezweek. Aanstekelijk vond ik de manier waarop hij Cubaanse smartlappen en levensliederen kon brengen. Ibrahim Ferrer moest niet onderdoen voor z’n compaan maar trok hem jammergenoeg achterna in 2005. Gisteren kon Brugge kennis maken met die andere overgebleven legende van de Buena Vista, Eliades Ochoa… In het unieke kader van Gruuthuuse kreeg de sonero uit Santiago het publiek vlug op z’n hand. Op de aanstekelijke zuiderse tonen sloeg het jongere volkje meteen aan het dansen. ‘k Had trouwens ook moeite m’n vermoeide lendenen, had aardig wat afgefietst die dag, onbeweeglijk op m’n stoel te houden. Heb mij dan maar beperkt tot het genieten van het Cubaans heupgewieg van Vlaamse deernes. Eén ding is zeker, Ochoa is de vleesgeworden reclamecampagne voor alles wat Cuba bij ons zo aantrekkelijk maakt. Waar haalt hij trouwens die cowboyhoed vandaan? De goede man ziet er ietsje ouder uit dan hij werkelijk is (61) maar dat zal dan wel te wijten zijn aan ‘the Cuban way’, de rook van cohiba’s en aan de doorleefdheid die noodzakelijk is om deze liederen de nodige authenticiteit mee te geven. In ieder geval… Eliades… bedankt voor deze heerlijke avond. ‘t Was gewoon de max!

eliades ochoa

elvis leeft!

juli 18, 2007

Op het bluenoterecordsfestival gisteren in de Bijloke te Gent beleefden we hèt concert van deze uitgeregende julimaand. Elvis Costello trad er op naast de nog levende New Orleans rhytm and blues legende Allen Toussaint. Hij deed dit met een energie en overgave waar tegenover menig jong talent verbleekt. Elvis bracht er om te beginnen wat eigen nummers maar overtuigde het talrijke publiek vooral met de ‘vibrerende’ muziek die hij maakte in samenwerking met de zuiderse grootmeester van het klavier. Allen Toussaint moest z’n geliefde New Orleans door de rampspoed van Katherina kort ruilen voor New York alwaar hij tijdens benefietconcerten Costello tegen het lijf liep. De samenwerking was bepaald vruchtbaar en mondde uit in het magische album ‘The River in Reverse’. Met volle teugen kon de afgeladen tent genieten van de aaneenrijging van krachtige zuiderse rhytm’n blues, sterke ballads en stevige rockers. Het door merg en been snijdende ‘I want you’, een versie die mij nog lang zal heugen, moest ik in de klassevolle Duvel-loungebar overvloedig doorspoelen teneinde mijn emoties weer op een rijtje te krijgen.

costello en toussaint

Anjani Thomas, mijn hoofd er af als zij niet de huidige muse van Leonard Cohen is, maakte van het voorprogramma een kwetsbare, ingetogen bedoening die bij wijlen wat gestoord werd door het onrespectvol gewauwel van de drinkende onverlaten die enkel voor Costello waren afgezakt. Haar performance deed me meermaals denken aan ‘No Promises’ van Carla Bruni. Bij wijlen op het randje van het pathetische maar mits wat inleving best te smaken. Alleen al de gedachte dat Leonard Cohen deze dame onder z’n poëtische vleugels neemt geeft de charmante verschijning een absolute vrijgeleide.

paul-willaert-0005klein.jpg
noot: Het zal de oplettende observator vast opvallen dat de bevallige dame uit Honolulu, bij het nemen van dit beeld, recht in m’n glazen toeter loenst…
met het onmiddellijk uitwisselen onzer beider mobiele nummers tot gevolg…

hotelroom…

juli 12, 2007

hotelroom

Het zal misschien wat verwaand klinken als ik schrijf dat m’n gedachten afdwalen naar een song van Bruce Sprinsteen bij het bekijken van deze foto. Op z’n cd ‘Devils and Dust’ slaagt de boss er in om in liedjes die nauwelijks vier minuten duren een gans verhaal te vertellen. De juiste sfeer, de gepaste toonaard, het gekozen ritme, de doorleefde stem zorgen ervoor dat tijdens het beluisteren er beelden ontstaan. Een kortfilm die in m’n hoofd wel een langspeelfilm lijkt. Flarden woorden die scenes worden, belangrijke passages uit een leven.
De foto werd genomen in de beslotenheid van een hotelkamer. Dit zorgt op zich al voor een ‘verhalende’ sfeer. Een zekere spanning is voelbaar. De vrouw wendt zich af van de hond. Deze ligt ‘gelaten’ op het bed en straalt een gevoel van verveling uit. De vrouw kijkt naar buiten tegen een anonieme en weinig inspirerende gevel aan. Een gevel met kamers die andere levens verbergen. Met de blik naar buiten gericht verruimt ze de bevangenheid van de kamer. Waaraan denkt ze tijdens deze ‘afdwalende’ ogenblikken? Aan de mensen van de overkant? Mijmert ze over wat voorbij is of zijn haar gedachten bij wat nog komen moet?

(info bij de acteurs op de foto: de hond is deze vier maanden later)

‘k vraag het aan

maart 13, 2007

Is het de nostalgische ondertoon, de herkenbaarheid, de ontspannen ‘flow’? Het liedje werkt echt op m’n systeem… maar dan heel erg positief. Het doet me zelfs besluiten om het ogenblik van vertrekken nog drie minuten uit te stellen op het gevaar af te laat op het werk te komen. Een uitbrander van m’n directeur, een verkeerde opmerking van een stressy collega, een beetje ‘zinloos geweld’, wat verkeersagressie… niets kan mij nog deren na het genieten van de ‘fikskes’. Nostalgie is nooit veraf bij mij. De rode lijn tussen ‘vroeger was het leuk’ en ‘vandaag is alles cool’ loopt als een rode draad doorheen m’n dagen. Pure nostalgie maakt het leven ondraaglijk. Hoe kan je met een eenzijdig en voortdurend verlangen naar vervlogen tijden genieten van het ‘nu’. Drijven op geschommel en getwijfel is m’n dagelijks lot. Nostalgie… of is het de schrik om iets te laten vallen waarvan niet met zekerheid geweten is of het al door iets ‘beters’ werd vervangen.
Toch zie je het overal opduiken. Vooral in de fotografie heeft men er een broertje aan dood. We missen het krassen van het vinyl in een mp3-tje en proberen met photoshop filmkorrel te toveren uit digitale ruis. In Gent aan de rand van ‘t Patershol ken ik een winkel waar rollen bloemetjesbehang als zoete broodjes over de toonbank gaan. Het decor van Pauline en Paulette is weer helemaal terug. ‘De tijd van de cassetjes’… M’n broer speelde in z’n Fiat Sport nog van die grote dikke muziekcasettes af… onpraktisch en reeds jaren uitgestorven maar de blauwe van de Beatles heeft nooit zo goed geklonken uit een hoedenplank. ‘k Vind het doodjammer dat ik die dikke katoenen koerstrui van plume vainquer nergens meer vind. Misschien draagt een negertje in Burkina Fasso nu fier m’n blauwe jersey met het regenboograndje en de grote praktische lendenzakken. Ik kon er wel vier bananen in kwijt. Goed tot aan de Kluisberg. Dat ventje staat nu ‘preuts als veertig’ aan de kant van een onverharde weg de renners in de ronde van Burkina toe te juichen. Ze razen voorbij en laten ‘t mannetje in een stofwolk achter. ‘t Ventje heeft echt geen tijd voor nostalgie. ‘t Zal iets typisch zijn van onze wereld.
Wij hebben het hier zo goed dat we ons kunnen permitteren om te verlangen naar vroeger.