Herdenken

november 2, 2007

Het deed goed, al was het kil en miezerig, tussen de duinen en de Stroombank.
‘k Zag de grijsheid van één november, van sterven en dood, vanop zee tussen Oostende en Nieuwpoort.
Nergens kan je ‘iemand missen’ beter voelen. Het was er niet zo druk als op de kerkhoven. De zon bleef wijselijk weg.
Op de dijk zag ik een kusttram voorbijglijden vol mensen, van start naar terminus. Ik was niet alleen. Althans, zo voelde ik mij niet.
‘k Dacht aan het medaillon dat ik meekreeg op de verre reis naar Helgoland. ‘k Mocht het pakje pas opendoen eenmaal op zee.
‘t Zou m’n bootje en ons allemaal behoeden voor ontij.
Had ik jou maar kunnen behoeden die avond toen je gans je leven hebt verteld.

onder aan de dijk…

augustus 7, 2007

Het overkwam hem zelden. Deze keer echter raakte hij door twijfels overmand. Was het de leeftijd die z’n gekende drang naar avontuur en nieuwe bestemmingen beïnvloedde. Hij die sinds z’n geboorte een afkeer had van geruite pantoffels en slingerklokken kreeg nu z’n koffers niet gepakt. Misschien waren het de weerberichten die roet in het eten gooiden. Steeds waaide de wind uit de richting waar hij toevallig heen wou. De golven waren net ietsje te hoog en de onweders compleet onvoorspelbaar. Donder en bliksem boven z’n bootje deden hem van schrik ineenkrimpen. Ooit had hij z’n mast horen zingen in een hevige bliksembui. Toen had hij er domweg z’n oor tegen te luisteren gelegd. Hoe stom kan een mens zijn?
Hij had verhalen gehoord van flitsen die op de mast vielen. Vuurballen die dwars door de boot rolden en een gat sloegen in de romp. Was hij dan niet beter af peddelend op z’n koersfiets doorheen de polders of werkend aan een nieuw fotografisch onderwerp of wandelend met vrouw en hondje in de stad. Een boek lezen op het terras was ook leuk en hij had er nog een stapel liggen. Er moest ook nog wat gebeuren in dat tuintje van twee keer niks: snoeien, gras maaien, onkruid wieden, de putten van de hond dempen… Trouwens, was hij al niet van huis geweest die zomer? Was hij eigenlijk één week onafgebroken thuis geweest. Waarom moest hij dan broodnodig weer de hort op?

Hij voelde dat het werkte. Het kwam voor elkaar. De zeezottigheid kwam langzaam terug. Kilometers verder, tegen de wind in, hoorde hij het zilte sop klotsen op het strand waar hij die morgen nog z’n terriër uitliet. Onder aan de dijk rook het naar mosselen en zeepokken. Hij keek door het raam. Wolken dreven voorbij vanuit het noorden. De wind was gedraaid en gevallen met de avond. De toppen van de populieren bij de spoorweg bewogen nauwelijks. Hoe zalig was het nu geweest daarbuiten. Met een beetje geluk, zeker met die warmte, kon het kielzog fluoresceren en een spoor tekenen achter de spiegel van de Anne. Hij had nog bruinvissen gezien ’s nachts ter hoogte van de Wadden. Die tekenden ook hun groene sporen in het zwart van de zee. Hij zat met de benen gespreid op de preekstoel leunend tegen de voorstag. Mooi was dat, mooier dan het vuurwerk van le quatorze juillet voor de kusten van Normandië. Er was meer dan kommer en kwel op zee, meer dan bliksems, vuurballen, storm en ontij.

Morgen zou hij z’n weinige spullen pakken en afreizen naar waar de wind hem voerde… en die motor zou pas brommen als het echt nodig was. Langzaam, langzaam, lang…

langzaam

Tir Elvis

juli 9, 2007

Dit is de naam van het schietkraam waar we als kleine gastjes op de foor in Oudenburg een cendrier vol loodjes op de kalken pijpjes leegschoten. In een gevorderd stadium schoten we ook wel eens op de cibletjes. Dan verzamelden we punten tot we er genoeg hadden om die revolver mee naar huis te krijgen die met erwten kon schieten. Hector heette de man van de tent. Hij had wat weg van Elvis, zei nooit veel, maar als wij ietwat zielig vroegen of w’eens mochten schieten deed hij meteen die asbak vol. Als we vertrokken naar de markt zei m’n vader:
‘Doe maar de groeten van de secretaris.’ M’n vader regelde de contracten van de foorreizigers, de standplaatsen en zo. Soms kwam hij dan met een grote zak oliebollen naar huis of met een plastic zak vol jetons voor de boksauto’s. Bij ons was’t feest als de foor op de markt stond.
Gisteren zag ik Hector terug. ‘t Was op een evenement op de oosteroever in Oostende, iets met Amerikaanse auto’s. De man van ‘t schietkraam stond er met één van z’n glimmende cadillacs. Een glimmend zwarte limo uit ‘52. Hondervijftig exemplaren waren ervan gebouwd. Dit was de enige in België. Een Oostendse dokter had er veel geld voor geboden maar de slee mocht blijven waar hij stond, in de loods van Hector. De man wist nog wie ik was… ‘één van de zeuns van de secretaris van Oedenburg’. … of hij nog altijd z’n schietkraam had? Volgende week moest hij op de kermis in Koolskamp staan maar vandaag had hij een dagje vrij. … en of hij ‘t onderhoud van die cadillac zelf deed? Dat ging nu stukken minder sedert hij z’n linker oog verloor.
‘t Is van ‘92. Hector stond in de hoek van zijn kraam en verving wat pijpjes toen hij zag hoe een kerel met opzet het luchtkarabijn op hem richtte. Omstaanders hebben de man nog kunnen grijpen toen hij er vandoor wou gaan. Een foorreiziger zag alles gebeuren en kon getuigen. Drie keer kwam de zaak voren. Een miljoen achthonderd frank aan proceskosten. Steeds kreeg ie gelijk maar tot hiertoe heeft Hector nog geen ‘frank’ schadevergoeding gezien en z’n oog kreeg hij sowieso niet terug. Na vijftien jaar procederen kon hij nu nog verder gaan in Straatsburg. ‘t Zou een half miljoen kosten om het dossier daar te krijgen. ‘t Belgisch gerecht heeft klaarblijkelijk gefaald. ‘t Werd te veel voor Korneel. Die laatste rechter heeft het geweten. Je zou voor minder ‘de pedalen verliezen’.
Ik merk verbittering en voel deernis met de man van Tir Elvis. En elke dag opnieuw het tikken van de loodjes…

tirelvis.jpg